Geplaatst op

De kracht van samen delen – Wereldwijd waldorf

 

In de afgelopen decennia is veel aandacht geweest voor professionele leergemeenschappen en de school als lerende organisatie. Scholen die uitwisselen met andere scholen en organisaties en waar gewerkt wordt aan het ontwikkelen en realiseren van gedeelde ambities zijn mede nodig door grote maatschappelijke veranderingen. Het samen leren, innoveren, uitdragen en in de praktijk brengen van een visie creëert draagvlak en zorgt voor een betere onderwijskwaliteit. Één van de belangrijkste kerncompetities voor lerarenteams hierbij, is het voeren van reflectieve gesprekken, waarbij waarden en aannames die ten grondslag liggen aan overtuigingen gedeeld en onderzocht worden.

 

Een school als lerende organisatie beschikt over het vermogen snel in te spelen op veranderende contexten. Veel van de aanpassingen die hieruit voortkomen zijn reactief: zij bewegen mee met overheidseisen die aan scholen gesteld worden in reactie op maatschappelijke ontwikkelingen. Dat wringt met de vrijeschoolse visie van waaruit juist duurzaam, diepgaand onderwijs wordt aangeboden. Hoe gaan vrijescholen hiermee om? En hoe kunnen ook zij bovenschoolse samenwerking inzetten om tot een gemeenschappelijke visie te komen en bovenal onderwijskwaliteit te verbeteren?

 

In de landen die het IHF ondersteunt zien wij verschillende manieren van samenwerken tussen scholen. In dit artikel bespreken we drie voorbeelden van lerende organisaties in verschillende stadia van hun biografie: Georgië waar het bovenschoolse samenwerken nog in de kinderschoenen staat, Nepal dat zich bevindt in een fase van herstel en nieuwe verbinding en Brazilië waar de aanpak meer tot rijping is gekomen. 

 

Door het politieke klimaat in Georgië is het oprichten en verder ontwikkelen van vrijescholen heel moeizaam en vaak financieel niet haalbaar. Maar er zijn lichtpuntjes: In de zomer van 2025 vond in Batumi, Georgië, een bijzondere conferentie plaats over kleuters in de vrijeschool, gesteund door het IHF. Onder de 26 deelnemers waren plaatselijke ouders, leerkrachten uit Tbilisi, enkele Duitse onderwijsadviseurs en de leden van de Parzival Youth Society. Voor Batumi vormde deze conferentie een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van het vrijeschoolonderwijs in de regio. De vele ervaringen, zowel op organisatorisch als op pedagogisch vlak, waren voor alle deelnemers van grote waarde. Bovendien ontstonden concrete plannen voor de toekomst van het vrijeschoolonderwijs in Georgië. Ideeën over hoe regelmatige bijscholingen voor ouders en geïnteresseerden kunnen worden gecreëerd om de toegang tot het vrijeschoolonderwijs te vergemakkelijken en op lange termijn te waarborgen, werden uitgewerkt. 

 

In Nepal, waar de scholen in Kathmandu en in Pokhara bijna allemaal afhankelijk zijn van steun vanuit het buitenland, zien wij, na een turbulente tijd voor de scholen, langzaam toenadering tussen de scholen in de Kathmandu Vallei ontstaan. Dit uit zich in bijvoorbeeld gedeelde studiedagen. Er kwam een door het IHF gesteunde mentor naar Nepal in de persoon van Peter Giesen en hij kon een aantal dagen met een twintigtal leerkrachten van de verschillende vrijescholen in de Kathmandu vallei samenwerken. Een win-win situatie waardoor je door enerzijds het samenkomen van meerdere scholen meer leerkrachten bereikt die hopelijk door het volgen van de training hun onderwijskwaliteit nog meer kunnen verbeteren. Anderzijds leren, door het samenkomen van die verschillende leerkrachten, zij elkaar onderling kennen, de scholen leren elkaar kennen en samen kunnen zij tot een mooi netwerk komen waar hulp geboden kan worden waar nodig, waar kennis kan worden uitgewisseld en gezamenlijk het vrijeschoolonderwijs een extra impuls krijgt. 

 

In Brazilië, het land met wereldwijd de meeste vrijescholen, is er samenwerking op verschillende niveaus. Er is een nationale vereniging van vrijescholen, de FEWB, het instituut Ruth Sales dat op nationaal niveau vrijeschoolonderwijs stimuleert, en soms is er één op één uitwisseling tussen scholen. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval bij Vale de Luz en Cecília Meireles, die zich beide in Nova Friburgo bevinden. Het zijn openbare scholen en een onderdeel van hun overleg is daarom de samenwerking met lokale overheden. Daarnaast zijn er in delen van Brazilië regelmatig regionale bijeenkomsten, waar scholen uit verschillende deelstaten samenkomen, leren en uitwisselen. Een voorbeeld hiervan was de conferentie over passend onderwijs. In Brazilië zijn scholen door een relatief recente wet verplicht gesteld kinderen met beperkingen mee te laten draaien in een reguliere klas. Deze beperkingen kunnen zo pittig zijn, dat ze zeer veel invloed hebben op het kind, de omgeving en de groep. Denk bijvoorbeeld aan kinderen met een vorm van autisme, waardoor ze niet verbaal communiceren. Of met zo’n ernstige verstandelijke beperking dat ze zelfs niet zindelijk zijn. Tijdens deze conferentie hebben leerkrachten geleerd hoe binnen de antroposofie gekeken wordt naar deze kinderen, uitgewisseld wat hun visie als vrijeschoolleerkracht is op onderwijs aan hen en wat zij praktisch kunnen inzetten in de klas. Een andere conferentie ging over de vraag hoe vrijeschoolonderwijs op een Braziliaanse manier vormgegeven kan worden. Ook hier ontmoetten leerkrachten uit verschillende deelstaten elkaar om over het thema uit te wisselen en gedeelde ambities te ontwikkelen.

Wat bovenstaande voorbeelden mooi laten zien, is hoe individuele scholen zich langzaam kunnen verenigen tot een ecosysteem van scholen die zich, door samen te leren en te reflecteren op hun handelen, aanpassen aan veranderende omstandigheden en tegelijkertijd inzetten op duurzaam, diepgaand onderwijs geborgen in een gemeenschap – het vrijeschoolonderwijs. Ook vrijescholen, júist vrijescholen, kunnen bij uitstek lerende organisaties zijn. 

Sietske van Poelgeest en Marieke van der Sanden IHF

 

Vanuit het Internationaal Hulpfonds willen wij deze initiatieven graag blijven steunen. Helpt u ook mee, zodat meer kinderen zich kunnen ontwikkelen? U kunt een donatie overmaken naar het Internationaal Hulpfonds, NL03TRIO0212195050. Het Internationaal Hulpfonds heeft de ANBI-status; giften zijn fiscaal aftrekbaar.

Geplaatst op

Directiewissel

Onze directeur/bestuurder Elard Pijnaken gaat vanaf 1 april a.s. aan de slag als manager van de vrijeschoolopleidingen (vrijeschool pabo, opleiding docent dans/euritmie, opleiding docent muziek) op Hogeschool Leiden.

We feliciteren hem met deze nieuwe uitdaging en zijn verheugd dat hij vanuit zijn nieuwe plek zich blijft inzetten voor de doorontwikkeling van het vrijeschoolonderwijs. Wij zijn hem zeer erkentelijk voor het goede werk dat hij in de afgelopen periode voor BVS heeft verricht.

BVS-schooladvies heeft Hans Passenier gevraagd om als waarnemend directeur per 1 april 2026 tot aan de zomervakantie de leidinggevende taken van Elard over te nemen. Wij zijn verheugd dat Hans dit wil doen. Hans kent als oud-directeur/bestuurder BVS als geen ander en deze tussenperiode geeft ons de tijd om ons te bezinnen op het op te stellen profiel en de werving van een nieuwe directeur-bestuurder.

De dienstverlening vanuit BVS-schooladvies zal ongewijzigd voortgezet worden. Elard zal nog een aantal opdrachten begeleiden tot aan de zomervakantie.

Met vriendelijke groet,

Gijs van Lennep
Voorzitter Raad van Toezicht

Geplaatst op

Vertrouwen in de veerkracht van het kind – noodpedagogiek

 

Voortdurend bereiken ons berichten over gebeurtenissen in de wereld waarin trauma’s kunnen ontstaan. De aanslag met vele doden in Bondi Beach (Australië)  in december 2025, de overstromingen in Kerville (USA) en Mexico in oktober 2025, de bosbranden in Californië in januari 2025. Het zijn enkele voorbeelden van situaties waarbij volwassenen en kinderen door menselijk of natuurlijk geweld getroffen worden. Om in zo’n situatie de weg naar het “normale leven” terug te vinden kost veel kracht. 

 

In de maand oktober vond in Utrecht een eerste tweedaagse module plaats van de “Noodpedagogiek”. Uit Duitsland waren Bernd Ruf en Jorge Schaffer gekomen voor een eerste module. Zij zijn beide werkzaam binnen de organisatie “Notfallpädagogik ohne Grenzen”. Over de hele wereld is deze groep actief in de weken en maanden na zo’n catastrofe. Deze eerste module ging over het fenomeen trauma en hoe zich dat in een dergelijke situatie kan ontwikkelen. Er volgen nog meer van deze modules. 

 

Bernd Ruf verzorgde de lezingen over trauma en de impact van crisissituaties op de ontwikkeling van kinderen en volwassenen. Naast de lezingen werd er veel geoefend, gelachen en vreugde beleefd. Jorge Schaffer leidde op een speelse en kunstzinnige manier oefeningen in die in deze lastige situaties genezend kunnen werken. 

Bij de noodpedagogiek spelen de veerkracht, het zelfgenezend vermogen van zowel kinderen als volwassenen een belangrijke rol. Veel van de oefeningen die wij deden zijn herkenbaar en vertrouwd voor vrijeschoolleraren. Het gaat er wel om met welk doel je die bij welke kinderen in kunt zetten zodat die de veerkracht stimuleren de salutogenese kunnen versterken. 

Dit schooljaar volgen er nog twee modules van deze noodpedagogiek : op 26 en 27 februari gaat het over de werking van traumatische ervaringen in de verschillende levensfasen van kinderen. De derde module binnen dit schooljaar staat op 23 en 24 april op de agenda en heeft “Trauma en spiritualiteit” als thema. 

Voel je je aangesproken en geloof je in de kracht van moed, hoop, veerkracht, vertrouwen en een open hart, dan kun je je nog inschrijven. 

 

Francis van Maris – f.vanmaris@internationaalhulpfonds.nl

Marije Kuijt – kuijt.ma@hsleiden.nl

Meer informatie Noodpedagogie – BVS – schooladvies voor vrijeschool onderwijs PO en VO

Intussen is er zich een groep in Nederland aan het formeren om ook hier deze vorm van pedagogiek ingang te laten krijgen. Wil je meer hierover te weten komen, dan kun je met één van ons contact opnemen. 

 

Geplaatst op

Oracy

De kracht van spreken, denken en luisteren.

 

Wanneer je de woorden kunt vinden om mee te doen in gesprek, om te vertellen wie jij bent, om vragen te durven stellen waarmee je onbekende mensen leert kennen en kennis vergaart, dan heb je meer kansen in het leven. Dat geldt voor iedere leeftijdsfase, ons hele leven lang. En toch besteden we vaak op school aan dit mondelinge taaldomein juist de minste tijd, of uitsluitend impliciet. Oracy (naast literacy) is de naam waarmee de volle breedte van de mondelinge taalvaardigheden worden belicht. Onze collega’s van het CPS schreven een boek met inhoud die de vrijeschool aanknopingspunten kan bieden om te versterken wat er is en aan te vullen wat mist in ons curriculum. 

 

Met veel plezier kondigen we daarom een samenwerking aan met het CPS over de basis van al ons taalonderwijs: de mondelinge taalvaardigheden. Afgelopen week was nog in het nieuws hoe belangrijk deze vaardigheden zijn en hoe zorgelijk het is dat deze zo teruglopen (verwijzing link nos). Onderzoek wijst uit dat de positieve effecten van dialogisch onderwijs op de leerresultaten aanzienlijk zijn. Het draagt bij aan het zelfvertrouwen en het welzijn van kinderen, hun cognitieve vaardigheden, kansengelijkheid en sociale gelijkheid.

CPS en BVS bundelen de krachten bij dit nieuwe aanbod. Begeleiding en aanvraag verlopen via BVS. 


We zoeken nog scholen die dit onderwerp inhoudelijk verder willen ontwikkelen met ons. 

Voor meer vragen of interesse: kun je contact opnemen met onze adviseur: Annechien Wijnbergh –  (06) 52 05 59 43 

Geplaatst op

ZLKLS op Vrijeschool Pabo

Heuglijk nieuws!

 

De aanpak ‘Zo leer je kinderen lezen en spellen’ (ZLKLS in de volksmond) is geïntegreerd in de Vrijeschool Pabo-opleiding, tot grote vreugde en voldoening van zowel de voltijd- als de flexibele deeltijdstudenten. Wij leren al jaren vrijeschoolleerkrachten werken met deze methodiek, ontwikkeld door José Schraven. En een aantal jaar geleden zijn we ook begonnen om studenten aan de VSPabo hierin te trainen. En nu verzorgt VSPabo deze ZLKLS-trainingen aan studenten zelf. Dat is een prachtige uitkomst van onze samenwerking. 
 
De studenten leren hoe kinderen vanaf de kleuters tot en met klas 6 het beste leren lezen en spellen. In plaats van een methode te volgen of zelf het wiel uit te vinden, geeft deze methodiek veel praktisch gereedschap om zelf het lees- en spellingsonderwijs te ontwerpen. Het past goed bij het vrijeschool onderwijs omdat het een zo veelzijdig mogelijke aanpak is: zowel motorisch, visueel als auditief. De aanpak sluit aan op vrijescholen die geen methode gebruiken, maar sluit ook aan bij scholen die een methode als achtergrond of leidraad hanteren. De studenten worden uitgedaagd na te denken over hun eigen handelen, en om hun lesaanbod af te stemmen op de leerlingen die ze in de (stage)klas hebben. De ZLKLS methodiek geeft ze daarin houvast én ruimte tegelijkertijd: een ontzettend waardevolle en vervullende combinatie!
 


We vieren onze vruchtbare samenwerking met VSPabo en de kracht van de ZLKLS-aanpak.


Zie ook ons ZLKLS aanbod!

Geplaatst op

Gratis webinar: Waar blijft het periodeschrift?

Wat is de bedoeling, de praktijk en de toekomst van het periodeschrift? Wat versterkt de ontwikkeling van leerlingen en hoe draagt het periodeschrift bij aan de opvoedkundige uitdaging van deze tijd? Twee van onze adviseurs verkennen in dit webinar de relatie van het periodeschrift met formatief handelen en het vergroten van de autonomie van leerlingen.
 
Datum: 2 februari 2026 – 16:30-17:15 uur
Schrijf je hier in

Beeld: leerling – Mercurius College Delft

Geplaatst op

Close Reading op de Vijfster

Close Reading op de Vijfster

Op vrijdag 14 november vond op De Vijfster in Apeldoorn een inspirerende studiedag plaats over close reading. Het volledige team startte gezamenlijk met een Bal-a-vis-x sessie, gevolgd door een wisselkring over het belang van lezen.

 

Programma

Na de gezamenlijke opening splitste het team zich op. De ochtend stond in het teken van het ophalen en verdiepen van technieken: het gebruik van close reading-vragen, de samenhang met het vierveld, hardop denken en minilesjes. Ook kwam de verbinding tussen alle taaldomeinen en de nieuwe kerndoelen aan bod. Een belangrijke inzicht: leren schrijven = leren begrijpen = beter leren lezen, en andersom.

 

Annechien Wijnbergh van BVS en Annemieke Tetteroo en Merel de Vink van Leesvinkintroduceerden vlak voor de lunch verschillende boeken en hielpen het team kenmerken van rijke teksten te herkennen. De leerkrachten kozen voor hun klassen dikke stapels boeken uit die ze kunnen gebruiken bij hun periode-onderwijs.

In de middag gingen de leerkrachten zelf aan de slag: minilesjes ontwerpen en de relatie leggen met zaakvakken en periodeonderwijs, in groepjes per bouw.

 

Enthousiaste reacties

Het enthousiasme spatte van het team af. “De leukste dag voor het hele jaar,” aldus juf Anne van klas 4.

 

Juf Jet uit groep 6 werd “helemaal hebberig” van alle boeken die ze graag in haar klas wil hebben.

 

Ook juf Marijke van de kleuterklas werd “heel blij” van de getoonde boeken.

 

Directeur Esther vatte het mooi samen:

 

“Het was een verrijkende dag: er was grote betrokkenheid en enthousiasme van het team. Hier kunnen we mee verder!”

 

De dag werd afgesloten met een gezamenlijke terugblik waarin alle leerkrachten hun opbrengsten deelden.

 

Geplaatst op

Regenboog Train de trainer in Vilnius, Litouwen.

Winterwierook („Žiemos smilkalai“)

De zoete smaak verwarmt de keel,
Buiten vallen de bladeren,
Naast me brandt een winterlamp,
Herfstavond – vol kleine geneugten.

De stoel wiegt zacht, de geur van koffie,
Een kat ligt op schoot en spint,
Zich koesterend in huiselijke vrede,
En in de oven fluistert het vuur zachtjes.

Op tafel ligt een opengeslagen boek,
De letters slingeren sierlijk, subtiel,
Oude liednoten verbergen zich ertussen,
En rondom dwaalt de geur van winterwierook.

Wanneer de avondwind de kaarsen dooft
En rijp het raam van het huis siert,
Dansen twee sneeuwvlokken dicht bijeen,
En de koude winteromhelzing wikkelt zich in stilte.

~ Elena Kuchailytė

 

Het waren gouden dagen in Vilnius, Litouwen, drie dagen voor de herfstvakantie. We waren te gast op de Vilniaus Valdorfo Mokykla, een van de vrijescholen van de hoofdstad van Litouwen. Een plan dat geboren was uit de banden die er al jaren zijn met de scholen in de Baltische Staten. De wens leefde er om kennis te maken met de regenboogaanpak en te bekijken op welke wijze er zoveel mogelijk scholen mee in aanraking zouden kunnen komen.

 

De vraag vanuit de scholen was: “Kunnen jullie in drie dagen de Training Regenboog Train de trainer verzorgen zodat we in onze eigen klassen ermee aan het werk kunnen en we de regenboogaanpak kunnen verspreiden onder de teams van onze scholen?” Onderliggend was er ook de wens om door het werken aan de regenboogaanpak ook te werken aan het ontwikkelen van de schoolteams in communiceren en dan vooral; hoe spreek je je op een goede manier uit; hoe lukt het ons om onze stem te laten horen?

 

Uiteindelijk namen 47 deelnemers uit Estland, Letland en Litouwen deel aan de driedaagse training, die werd verzorgd door onze adviseurs Lisette Stoop, Annechien Wijnbergh, Lonneke Kromhout, samen met Christine Cornelius.

 

Tijdens deze drie dagen hadden we als trainers de kans om elkaar aan het werk te zien. Zo konden we onze eigen en elkaars werkwijze verfijnen en de samenhang tussen de verschillende onderdelen van Regenboog vergroten. Daarnaast is het inspirerend om mensen uit een andere cultuur te ontmoeten. Zo brachten de aanwezigen met hun wat grotere gereserveerdheid en mindere directheid ons rust en kalmte. En wij brachten met onze cultuur openheid, directheid en humor. Dat verrijkt de ontmoeting en je werk. En het mooiste resultaat is dat de aanwezigen nu zelf in hun klas de Regenboog lessenserie kunnen verzorgen.

 

We startten om 9.00u met zingen; Lisette nam de hele groep in een mooie stroom mee met een prachtig lied waarna Annechien de eerste lezing in het Engels voor haar rekening nam. We hadden afgesproken dat deelnemers elkaar konden helpen met vertalen en dat gold ook voor ons drieën; we hielpen elkaar waar nodig met de taal. Onze samenwerking is een van de elementen die deze reis zo’n gouden rand gaf; het ging zo vanzelfsprekend en makkelijk. Elkaar aanvullen, de programmaonderdelen prettig verdelen, ter plekke wijzigingen maken in het programma als dat nodig was, veel plezier hebben samen. Later kregen we van een aantal kanten terug dat deze samenwerking en het mogen zoeken naar de juiste manier om iets te zeggen, van groot belang is geweest voor de deelnemers. Het gaf hun het voorbeeld waar ze naar op zoek waren; hoe neem je een plek in met respect voor de ander en voor je eigen leerproces.

 

De eerste dag stond in het teken van de leerkrachtvaardigheden. Na de lezing van Annechien over de regenboogcirkel gingen we aan de slag met oefeningen uit het leerkrachtenspel en de opbouw van de onderdelen van dit spel. Tussendoor steeds koffie en theepauze en een warme lunch in de kantine van de school waar elke dag warm eten wordt geserveerd voor de kinderen en de leerkrachten. De leerlingen waren gewoon op school, dus het was qua programma goed kijken wanneer je wat kon doen maar dit werd tot in de puntjes door Laura (leerkracht Engels in Vilnius) geregeld. Leuk om de leerlingen zo door de school te zien gaan, de 12de klassers waren bezig met een tentoonstelling op te bouwen van hun eindwerkstukken wat een speciale sfeer in de school bracht. De school heeft 12 klassen, van klas 1 t/m 12, enkelstromig. In de pauzes zie je de leerlingen gemengd met elkaar aan het spelen; er staat bijvoorbeeld een tafelvoetbal en daar staan kinderen uit verschillende klassen omheen, heel gezellig om te zien. De 12de klassers die ik sprak vertelden me graag over hun eindwerkstukken; die bestaan allemaal uit een praktisch en een theoretisch deel.

Het gedicht bovenaan dit stuk is met toestemming van de schrijfster geplaatst. Ze had haar gedichten opgenomen op een cassettebandje en die kon je daar afluisteren. De vertaling doet niet helemaal recht aan de ervaring het te horen in het Litouws.

 

Na de eerste dag gaven we drie facultatieve workshops wat wel veel was na een hele dag aan de slag geweest te zijn maar ook waardevol om in een kleiner groepje aan het werk te gaan.

 

De tweede dag stond in het teken van het kinderspel. De deelnemers kregen uitleg over de categorieën en uiteraard gingen we weer aan de slag met allerlei voorbeelden. Bij het invullen van de klassenscan werd de taalbarrière zichtbaar; voor de deelnemers die goed Engels spraken was dit makkelijker dan voor anderen. Maar ook hier hielpen ze elkaar en kon iedereen er toch mee aan de slag. Ook deze dag sloten we af met de drie workshops.

Op dag drie hadden de deelnemers na de lezing en twee voorbeelden van verhalen genoeg bouwstenen om zelf aan de slag te gaan met het ontwerpen van lessen. Mooi om te zien welke eigen elementen er werden toegevoegd aan de verhalen en de spelen. We misten op deze dag de bel van de school. De vorige dagen werd ons programma steeds ‘onderbroken’ door de ‘bel’ die door de luidsprekers de zaal in kwam; een (vrij lang) stukje uit een compositie van een bekende Litouwse componist Ciurlionis, iedere keer weer een zowel bevreemdende als grappige ervaring.

 

Om half vier sloten we de drie trainingsdagen af met een aantal prachtige liederen die we hen geleerd hadden en deden we mee met een typisch Litouws vraag-en-antwoordlied, geleid door Emilya, een van de leerkrachten van de school. Daarna moesten we veelvuldig op de foto met deelnemers uit de verschillende landen en namen we afscheid.

 

Bijzonder om in zo’n korte tijd je helemaal thuis te voelen in een onbekend land. We voelden allemaal de stroom die in gang werd gezet, en die hopelijk gaat groeien. Vanuit veel kanten is de wens uitgesproken om vervolg te geven aan deze impuls, er zijn plannen voor komend jaar, maar dan in op de school in Adazi, Letland.

Geplaatst op

Update kerndoelen en leerlijnen: waar staan we nu?

De ontwikkelingen rondom de definitieve en concept-kerndoelen zijn volop in beweging. Op dit moment komt er steeds meer duidelijkheid over de implementatie van de nieuwe kerndoelen. Op de website van OCenW wordt dit visueel weergegeven.

 

De definitieve concept kerndoelen Nederlandse taal en rekenen-wiskunde gaan per augustus 2026 in. Alle andere kerndoelen gaan per augustus 2027 in (zie ook SLO.nl). Dit betekent dat scholen vanaf dan aan de slag kunnen met het implementeren van de nieuwe kerndoelen. Op het stroomschema van OCenW is zichtbaar dat pas vanaf augustus 2031 toezicht wordt gehouden op de nieuwe kerndoelen door de inspectie. Dat is dus ook het moment waarop scholen alle nieuwe kerndoelen geïmplementeerd moeten hebben.

Op de achtergrond is BVS bezig met het herschrijven van de leerlijnen voor taal en rekenen. De andere vakgebieden volgen hierna. We volgen de ontwikkelingen bij het SLO en OCenW rondom de publicatie van concretisering van de kerndoelen en de aanpassing van de referentieniveaus op de voet.

Wat gaat er veranderen?

Voor rekenen geldt dat er een grote wijziging in de doelenset aankomt. Er wordt gewerkt aan meer duidelijkheid en overzicht voor doelen die in het periodeonderwijs aangeboden kunnen worden. Daarin zijn inhoudelijke rekendoelen opgenomen, maar ook aanbod rondom denk- en werkwijzen, wiskundeattitude en rekenen in de wereld. Ook onderzoeken we mogelijkheden om duidelijkheid te geven over welke doelen in het grote onderhoud van rekenen (de oefentijd) zouden moeten worden opgenomen. Dit doet BVS in samenwerking met docenten van de Vrijeschool Pabo, zodat studenten en leerkrachten in het veld straks met een eenduidige doelenset voor rekenen te maken krijgen.

Voor taal is een nieuwe indeling van de kerndoelen in de maak, waarbij de samenhang tussen de verschillende taaldomeinen en de onderliggende leerlijnen centraal staan. In de conceptkerndoelen die er nu liggen zijn drie grote domeinen te onderscheiden: communicatie, taal en literatuur.

 

De leerlijnen zoals we die nu in de vrijescholen gebruiken kennen een andere verdeling: we onderscheidden tot nu toe (technisch en begrijpend) lezen, schrijven van teksten en spelling. Deze bestaande lijnen krijgen een update waarbij we geen grote wijziging verwachten. Mondelinge taal krijgt een prominentere plek binnen de kerndoelen en zal daarom in een eigen leerlijn uitgewerkt worden om ons aanbod op alle nieuwe kerndoelen goed dekkend te maken. Op dit moment verkennen we deze aanpassingen samen met taalspecialisten, zowel binnen BVS als landelijk met SLO.

STAND VAN ZAKEN

We zijn gestart met de voorbereidingen en verwachten in november de leerlijnen van SLO te ontvangen (zoals gecommuniceerd door het SLO in juni 2025). Of dit daadwerkelijk lukt, is nog even afwachten. In het najaar van 2025 hopen we meer duidelijkheid te hebben over de uitwerking die het SLO maakt van de taal- en rekenleerlijnen.

 

Voor vragen over kerndoelen en leerlijnen: Contact: Annechien Wijnbergh en Gerben Deenen

 

Beeld: Vrijescholen.nl

 

Geplaatst op

Column –  De oude linde op het schoolplein

Wanneer een kleuter start op school (her)kent hij minimaal 100 logo’s en bijbehorende merken. Wanneer de leerling de basisschool verlaat is dit aantal opgelopen tot rond de 700.

 

Vraag ik diezelfde leerling naar de boom die naast de school staat, of de vlinder die buiten over het plein fladdert, dan is de kans dat hij deze bij naam weet te noemen klein. Die parate kennis over de natuur in de directe omgeving van het kind is de afgelopen jaren steeds verder gedaald. Het is zelfs zodanig ver weggezakt dat we er een heuse term voor hebben bedacht: “natuuranalfabetisme”.

De verklaring voor het grote verschil tussen de kennis van merken en de kennis van de natuur is verklaren uit het feit dat we dagelijks tot wel 3000 keer worden geconfronteerd met logo’s, merken en de daarbij behorende reclameboodschappen. En iedere keer dat dit gebeurt, worden het logo en het bijbehorende merk steviger in ons brein ingeprent.

 

Daar staat tegenover dat we steeds minder tijd in de natuur doorbrengen en dat de oude linde op het schoolplein niet continue naar je roept dat het een linde is.

Ook zul je de gehakkelde aurelia, de groenling en de driedoornige stekelbaars hun eigen naam niet horen fluisteren. Dat heeft er aan de ene kant mee te maken dat ze niet weten dat ze deze naam dragen – want dat hebben wij immers bedacht-, maar de voornaamste reden is dat we steeds minder aandacht besteden aan al het andere leven in onze omgeving. En dat heeft grote gevolgen.

 

Uit onderzoek naar natuurverbondenheid bij leerlingen uit groep 7 en 8 bleek in 2023 dat meer dan 55% van de ondervraagden zich matig, nauwelijks of zelfs helemaal niet verbonden voelt met de natuur. Ook bleek dat de locatie van de school niet relevant was voor het gevoel van verbondenheid met natuur. Wat leerkrachten en ouders samen met de leerling doen is doorslaggevend! Laten zij het kind regelmatig in contact komen met de natuur -of dit nu op het schoolplein, een stadspark of een natuurgebied is- dan zal de relatie die het kind met de natuur ervaart groeien. Ik zeg hierbij nadrukkelijk ‘ervaart’, want onafhankelijk van de beleving van het kind ís deze relatie er om de simpele reden dat iedere bouwsteen uit ons lichaam beschikbaar is gesteld door de natuur. Het is de natuur die zorgt voor gezond water, schone lucht en een levende bodem. De natuur levert ons voedsel, grondstoffen, medicijnen en ontspanning. Je zou mogen aannemen dat deze kennis genoeg is om ons goed voor de natuur te laten zorgen, maar niets is minder waar. We zitten vast in een systeem van roofbouw en overconsumptie. We nemen als mensen steeds meer ruimte in beslag en laten daarbij steeds minder ruimte over voor al het andere leven op deze planeet. Alle grote vraagstukken waar we nu en in de toekomst mee te maken hebben, zijn verbonden met de manier waarop wij ons verhouden tot de rest van het leven. Willen we een toekomst hebben dan zal het anders moeten.

 

En natuurlijk wil ik een toekomst en ik geloof ook in een toekomst, want als je net als ik werkt in het onderwijs, dan werk je iedere dag voor de toekomst. De toekomst van onze leerlingen en de generaties die na ons komen.

 

Die verandering komt dus niet enkel voort uit kennis. Wat werkelijk van invloed is op ons gedrag is de mate waarin we ons verbonden voelen met de natuur. En die verbondenheid groeit door betekenisvol contact met de natuur en -let op- de grootste impact hebben de ervaringen in de basisschooltijd. Daar hebben wij dus wat te doen!

 

Bij deze dus ook het volgende voorstel: De opdracht om de verbondenheid tussen kind en natuur te vergroten overstijgt het belang van wat wij basisvaardigheden zijn gaan noemen. We kunnen tafels automatiseren tot de leerlingen deze blindelings kunnen opdreunen. We kunnen honderden uren besteden aan rekenen, lezen, taal en spelling, maar we staan met lege handen als we niet vanuit verbondenheid gaan zorgen voor de wereld waar we onderdeel van zijn. Een levende wereld die het fundament is van ons bestaan. Een wereld die thuis is voor al die soorten die het waard zijn om gekend te worden. Want ook al schreeuwt de oude linde op het schoolplein misschien niet. Hij verdient onze aandacht. Hij verdient onze zorg.

 

Machteld Blok, directeur van Vrijeschool De Kleine Prins schreef deze column tijdens de opleiding schoolleider op een vrijeschool.