Een nieuwe uitstraling met een duidelijke verbinding met de wortels van BVS in de vrijeschoolpedagogiek. Dat was het uitgangspunt voor onze nieuwe huisstijl.
De naam BVS blijft behouden: een bekende en vertrouwde naam binnen het vrijeschoolveld. Wel verandert de officiële naam van BVS-schooladvies naar BVS.
Van uitgangspunten naar beeldtaal
In het ontwerpproces onderzochten we eerst de visuele taal van de vrijeschoolwereld en ook onze eigen geschiedenis. Wat maakt BVS herkenbaar? En wat willen we in de nieuwe visuele identiteit laten zien? We kwamen steeds terug bij een aantal uitgangspunten: ambacht, de menselijke hand, heldere kleur, een organische vorm en een frisse, tijdloze uitstraling.
BVS wil duidelijk kleur bekennen als organisatie die vrijescholen begeleidt en werkt vanuit de antroposofische menskunde. Tegelijkertijd moest de nieuwe stijl niet terugkijken, maar juist eigentijds en toekomstgericht zijn. Een herkenbare beeldtaal die past bij de vrijeschoolwereld, maar daarbinnen ook met een nieuwe toon.
Op zoek naar het logo
Vanuit die uitgangspunten zijn verschillende richtingen onderzocht. Van een woordbeeld en een logo dat vanuit denken, voelen en willen werd ontwikkeld, tot een steviger typografisch logo en een richting waarin juist zeefdruk, ambacht en de menselijke hand centraal stonden. Uiteindelijk kwamen verschillende elementen samen.
De vorm van de vijfhoek werd een belangrijk uitgangspunt. Deze vorm verwijst naar de ontwikkelende mens en kan worden gezien als een beeld voor mens, harmonie en bescherming. Tegelijkertijd heeft de vorm iets huiselijks: een vijfhoek doet denken aan een huis en daarmee aan een plek waar mensen kunnen ontwikkelen en samenkomen.
Ook het ambacht is een belangrijke laag in het ontwerp. Juist nu beelden steeds gemakkelijker door technologie en AI worden gemaakt, willen we iets zichtbaar maken van het menselijke maken: de hand, het materiaal, de imperfectie en het ambachtelijke proces. Een belangrijke inspiratiebron hiervoor waren de Stockmar-blokkrijtjes, die op veel vrijescholen worden gebruikt. Wanneer je met de vlakke kanten van de krijtjes werkt, ontstaan kleurvlakken in plaats van harde lijnen. Die eenvoudige, organische vormen vormden een basis voor het nieuwe beeldmerk.
Door deze elementen te combineren draagt BVS vanaf nu een logo dat gelaagd en menselijk is en tegelijkertijd helder.
De nieuwe huisstijl voeren we de komende tijd verder door. Ook hierin willen we tactiliteit en ambacht meer een rol laten spelen. Later dit jaar volgen verschillende publicaties in de nieuwe stijl.
Start jij deze week je klas op? Werk je op een vrijeschool? Maak jij dit jaar plaats in je klas vrij voor een werelds perspectief? Een klein hoekje, plankje of tafeltje, waar de wereld zichtbaar is? Een wereld waar andere kinderen ook naar de vrije school gaan en ook hun dag opstarten? Alle kinderen zijn wereldkinderen, ook die bij jou in de klas!, Zullen we zorg dragen voor elkaar en elkaar de hand reiken? Doe mee met acties voor het Internationaal Hulpfonds!
Geschiedenis Toen in 1958 de eerste vrijescholen in Zuid-Afrika werden opgericht, stond ook de vrijeschoolbeweging in Nederland nog aan het begin van haar ontwikkeling. Toch was het enthousiasme groot. De eerste Nederlandse vrijeschoolleerlingen stroomden succesvol door naar universiteiten en andere vervolgopleidingen. Het succes van deze vorm van onderwijs trok internationaal de aandacht en inspireerde pioniers in verschillende landen.
In Johannesburg startte een Nederlandse kleuterleidster een kleuterklas, terwijl in Kaapstad met hulp van Nederlandse leerkrachten een onderbouw werd opgezet. Deze ontwikkelingen vonden plaats tijdens de apartheid, een periode waarin onderwijs sterk werd beperkt door raciale ongelijkheid. Zwarte kinderen hadden slechts beperkte toegang tot onderwijs en hun kansen op verdere ontwikkeling waren gering.
Ondanks deze omstandigheden groeide de vrijeschoolbeweging. De Nederlandse vrijeschoolpionier Max Stibbe speelde hierbij een belangrijke rol met de oprichting van een school in Pretoria. Ook andere Nederlandse leerkrachten hielpen mee aan de verdere ontwikkeling van het vrijeschoolonderwijs in Zuid-Afrika.
De verhalen over apartheid, armoede en ongelijkheid maakten diepe indruk op veel mensen in Nederland. In 1985 ontstond een belangrijke nieuwe stap. Een vrijeschool in Durban ontving een aanzienlijke erfenis waarmee kansarme kinderen en scholen konden worden ondersteund. Dit vormde mede de aanleiding voor de oprichting van het Internationaal Hulpfonds (IHF), dat zich sindsdien inzet voor vrijeschoolinitiatieven wereldwijd.
Vanaf het begin werd duidelijk dat de betrokkenheid van Nederlandse vrijescholen van grote waarde zou zijn. Scholen organiseerden sponsoracties, sportdagen, markten en andere creatieve activiteiten om geld in te zamelen. Dankzij deze steun kon het fonds groeien en steeds meer projecten ondersteunen.
Na het einde van de apartheid nam de vraag naar goed onderwijs verder toe. Veel kinderen uit achtergestelde gemeenschappen kregen toegang tot scholen, maar hun gezinnen beschikten vaak over beperkte financiële middelen. Ook vandaag de dag zijn de gevolgen van armoede en onderwijsachterstanden nog zichtbaar in veel delen van Zuid-Afrika en andere landen.
Tegelijkertijd ontstonden overal ter wereld nieuwe vrijeschoolinitiatieven. Zo werd in India een van de eerste vrijescholen opgericht door de Nederlander Daan van Bemmelen. Inmiddels zijn er wereldwijd honderden vrijescholen actief. Vaak beginnen deze scholen met een klein initiatief van enkele bevlogen mensen die geloven in de kracht van onderwijs en ontwikkeling.
Wat deze scholen met elkaar gemeen hebben, is hun inzet voor kinderen die vaak opgroeien onder moeilijke omstandigheden. Leerkrachten werken met grote toewijding, terwijl ouders en lokale gemeenschappen zich inzetten om onderwijs mogelijk te maken. Ook de impuls om vanuit de lokale cultuur het curriculum te verrijken, is op meerdere plekken in de wereld de norm.
Het Internationaal Hulpfonds ondersteunt deze initiatieven, maar de behoefte aan hulp groeit sneller dan de beschikbare middelen. Daarom blijft betrokkenheid vanuit scholen, ouders, leerlingen en donateurs belangrijk. Sponsorlopen, inzamelingen, markten en andere acties kunnen een waardevolle bijdrage leveren.
Onder het motto Waldorf One World werken vrijescholen wereldwijd samen aan dezelfde missie: kinderen de kans geven zich te ontwikkelen vanuit handen, hart en hoofd. Door samen verantwoordelijkheid te nemen, kunnen we bijdragen aan een toekomst waarin meer kinderen toegang krijgen tot inspirerend en menswaardig onderwijs.
Conferentie ‘Het wekken van de wil’ – een dag vol ontmoeting, verwondering en beweging
Op maandag 8 juni bezocht ik als deeltijdstudent van de Vrijeschool Pabo de conferentie Het wekken van de wil op het Rudolf Steiner College in Rotterdam. Samen met honderden vrijeschoolleerkrachten, schoolleiders, begeleiders, bestuurders en studenten liep ik als een stroom van mensen door de straten van Kralingen richting het prachtige schoolgebouw.
Op het groene binnenplein ontvingen we een gekleurd polsbandje, koffie of thee en maakten we de eerste contacten met collega’s uit het hele land. Terwijl iedereen nog rustig stond te praten, klonken vanuit het gebouw plotseling trommels. De verschillende kleuren bandjes bleken bij vlaggen te horen, waardoor we ons spontaan in groepen verzamelden. Wat volgde was een soort flashmob in de aula: ruim vierhonderd mensen die samen een improvisatie van ritmes, zang en beweging creëerden. Trommels, klappen, stemmen en gelach vulden de ruimte. De toon van de dag was gezet. De conferentie kon beginnen.
Het gewisse en het ongewisse
Na een korte opening door leerlingen en docenten van het Rudolf Steiner College begon de keynote van Elard Pijnaken, opleidingsmanager van de Vrijeschool Pabo, de opleiding Docent Muziek en de opleiding Dans/Euritmie van Hogeschool Leiden, en Nelleke Vantilborgh, docent Nederlands op het Rudolf Steiner College.
Hun verhaal over het wekken van de wil was niet alleen inspirerend, maar vooral heel herkenbaar. Ze namen ons mee in hun eigen onderwijspraktijk en onderzochten samen met ons de spanning tussen het gewisse en het ongewisse. Nelleke vertelde hoe zij bewust na het stellen van een vraag haar leerlingen bedenktijd geeft. Elard deelde een anekdote over zijn eerste toneelles rondom Romeo en Julia, waarbij hij met leerlingen naar de markt trok om inspiratie op te doen voor personages. Het avontuur liep iets anders dan gepland: één leerling kwam terug met een bloedneus omdat hij zijn personage volgen iets te letterlijk had genomen. De vraag die bleef hangen was: hoeveel ruimte durven wij als leraren te geven aan het onverwachte? Hoe ga je om met het voorspelbare? En hoe wek je in beide de wil van leerlingen?
De conferentie had als doel deelnemers meer inzicht te geven in wat de wil eigenlijk is, hoe je die bij jezelf en bij leerlingen kunt aanspreken en hoe een formatieve cultuur daaraan kan bijdragen. Gedurende de dag werd dat niet alleen besproken, maar vooral ook ervaren.
Werkgroep 1: Het richten van de wil
Voor de eerste werkgroepronde koos ik voor Het richten van de wil van Paul van Meurs. Vanuit het vormtekenen onderzochten we hoe ontwikkeling begint bij beweging en uiteindelijk leidt tot vorm. Al tekenend ervoeren we zelf aan den lijve dat iedere vorm vraagt om concentratie, een meegeven en vertrouwen, wat voortdurend wakkerheid van je vraagt.
Wat mij vooral aansprak was dat we niet alleen luisterden naar theorie, maar vooral zelf aan het werk gingen. Het werd heel concreet hoe vormtekenen, per leerjaar, kan bijdragen aan het richten van de wil én aan het tot vorm komen van het denken. De wil in denken brengen. Vooral het met z’n vieren gelijktijdig vormtekenen maakte indruk. Op het moment dat we gezamenlijk in een ritme kwamen en alleen nog het geluid van de bewegende potloden hoorbaar was, ontstond er een bijzondere concentratie en verbondenheid. Een werkvorm die ik zeker wil meenemen naar mijn eigen lessen.
Spel, ontmoeting en beweging
Na de ochtend was het tijd voor de lunch. Opnieuw zochten we de deelnemers met dezelfde kleur bandjes op. Voor iedereen stond een lunchpakket klaar, maar daarin bleek meer verstopt te zitten dan alleen heerlijke broodjes van Jordy’s Bakery. Eén persoon uit elke groep ontdekte dat hij of zij de spelleider was. De anderen vonden geheime opdrachten.
Met onze groep liepen we naar het Kralingse Bos, waar we picknickten en verschillende balspellen speelden. Mijn geheime opdracht luidde: doe alsof je er niets van begrijpt. Anderen moesten juist doen alsof ze nergens zin in hadden. Het zorgde voor hilarische situaties. Tegelijkertijd werd zichtbaar hoe groepsdynamiek ontstaat en hoe kleine impulsen invloed hebben op samenwerking en initiatief. Zonder dat het expliciet werd benoemd, ervoeren we opnieuw waar de conferentie eigenlijk over ging: wilskracht ontstaat vaak in ontmoeting, spel en beweging.
Werkgroep 2: Noodpedagogiek Nederland
In de middag sloot ik aan bij de werkgroep Noodpedagogiek Nederland van Francis van Maris en Marije Kuijt. We onderzochten hoe trauma doorwerkt bij kinderen die leven in oorlogssituaties, natuurrampgebieden of in moeilijke omstandigheden dichter bij huis. Na een korte introductie over trauma en de invloed daarvan op de ontwikkeling en het gedrag van kinderen, maakten we kennis met verschillende praktische oefeningen.
Wat mij vooral bijbleef, was de nadruk op de kracht van beweging, spel, kunstzinnige activiteiten en het samenzijn in de kring. Juist deze elementen, die zo vanzelfsprekend lijken binnen het vrijeschoolonderwijs, kunnen kinderen helpen om weer veiligheid, rust en veerkracht te ervaren. Tijdens de oefeningen ervoer ik zelf hoe ritme en spel zorgen voor rust in je hoofd en verbinding.
Het mooie was dat ik de opgedane inspiratie meteen kon meenemen naar mijn stage en mijn kunstlessen op een AZC. De volgende dag heb ik verschillende balspellen en ritmische oefeningen uit de workshop toegepast. Het sloeg direct aan. Kinderen hunkeren naar dit samenzijn in een kring.
30 werkgroepen vol inspiratie
Wat mij daarnaast opviel, was de enorme keuze aan workshops. De conferentie bood maar liefst 30 verschillende werkgroepen, verdeeld over de thema’s menskunde, formatief handelen en kunst & ambacht. Hierdoor kon iedere deelnemer een eigen programma samenstellen dat aansloot bij zijn of haar onderwijspraktijk.
Tijdens de pauzes en wandelingen sprak ik verschillende medestudenten en leerkrachten die enthousiast vertelden over de werkgroepen die zij hadden gevolgd. Juist die ontmoetingen gaven een mooi beeld van de rijkdom van de conferentie.
Zo vertelde een medestudent enthousiast over de werkgroep ‘Moed, wil en toeval’. Daar maakten deelnemers kennis met de naaimachine als creatief gereedschap. Met lapjes stof, kleur en verschillende materialen ontstonden kleine landschappen en kunstwerken. Het ging niet zozeer om perfectie of techniek, maar juist om het durven experimenteren. Toeval en fouten bleken onderdeel van het proces en leverden vaak de mooiste resultaten op.
Wat ik mooi vond, was dat iedere deelnemer met andere verhalen terugkwam. De één was geraakt door een kunstzinnige werkvorm, de ander door een verdiepend gesprek over pedagogiek of een praktische oefening voor in de klas.
Luchtige afsluiting
De dag werd afgesloten door improvisatietrio Op Sterk Water. Met hun humor en improvisatietalent wisten zij moeiteloos situaties uit de conferentie terug te laten komen in hun voorstelling. Een ontspannen en verbindende afsluiting van een intensieve dag.
Ik kijk terug op een waardevolle dag vol nieuwe inzichten, mooie ontmoetingen, praktische handvatten en hernieuwde motivatie voor mijn eigen ontwikkeling als vrijeschoolleerkracht.
“Vanaf 1 april zwaai ik af als directeur/bestuurder van BVS-schooladvies om als opleidingsmanager van de Vrijeschool pabo, de opleiding docent muziek en de opleiding dans/euritmie van Hogeschool Leiden te gaan werken. Ruim zes jaar heb ik met ontzettend veel plezier gewerkt aan het versterken, verbeteren en verdiepen van vrijeschoolonderwijs. Ik heb me verbaasd over de wendbaarheid, de innovatiekracht van BVS en de beweeglijkheid van zowel alle vaste medewerkers als de kring van zzp-ers die aan BVS verbonden zijn. Een inspirerend gezelschap dat ik uiteraard ga missen.
Dankbaar ben ik voor alle scholen, die ingewikkelde vragen stelden, onmogelijke kwesties voorlegden en steeds gepassioneerd aan hun vrijeschoolonderwijs wilden werken. Dankbaar omdat zoveel scholen mijn leermeester werden, door samen op avontuur te gaan. We stapten het ongewisse in, opzoek naar richting. En de horizon veranderde steeds tijdens onze tocht. Dankbaar voor de bezieling waarmee vrijeschoolonderwijs vorm kreeg tijdens onze reis. Bezieling waar zoveel nood aan is in een nogal verwarrende samenleving. Dankbaar voor de kinderen en pubers die in mijn voorbijgaan moeite namen een praatje te maken en soms ongewild een glimp van hun binnenkant toonden.
Blij ben ik om het stokje vanaf 1 april aan Hans Passenier, van wie ik zes jaar geleden het stokje overnam, weer over te dragen. Hij is tot de zomervakantie directeur/bestuurder van BVS. “
Elard Pijnaken
“Vanaf 1 april ben ik gestart met de opvolging van Elard. Fantastisch om te zien wat er allemaal gebeurd is en nog staat te gebeuren. Ik hoop spoedig met iedereen weer contact te hebben vanuit mijn rol als interim directeur/bestuurder. Ik zie er naar uit om mijn steentje bij te dragen aan de versterking van het vrijeschoolveld voor een korte periode.” Hans Passenier
BVS gaat op 1 juli 2026 verhuizen. Samen met de Vereniging van Vrijescholen en de Antroposofische Vereniging, verhuist BVS-schooladvies naar de Villa op landgoed de Reehorst te Driebergen, Hoofdstraat 20.
Hiermee wordt een lang gekoesterde wens gerealiseerd om de verschillende vrijeschoolorganisaties en antroposofische werkvelden onder één dak met elkaar te verbinden. Naast enkele kantoren, staan er prachtige zalen tot onze beschikking. De Villa ligt in een prachtige omgeving op loopafstand van station Driebergen-Zeist.
In 1969 werd dit landgoed aangekocht door professor dr. B.J. Lievegoed (1905-1992). Hij richtte in 1971 de Vrije Hogeschool op die de villa ruim vier decennia als hoofdgebouw gebruikte. In 2015 werd de monumentale villa door brand verwoest en verhuisde de Vrije Hogeschool. Wij hopen dat de inmiddels volledig gerenoveerde Villa een broedplaats voor vernieuwing en verdieping wordt! En hopen je daar komend schooljaar te ontmoeten!
I.v.m. een beleidswijziging rondom praktijkgerichte programma’s hebben we een werkgroep opgericht die twee jaar gewerkt heeft aan een stappenplan om met deze programma’s het (vrijeschool)onderwijs te versterken binnen de vrijeschool. Het praktijkgerichte vak is een examenvak in de gemengde en theoretische leerweg (gl en tl) van het vmbo vanaf schooljaar 2024-2025. Ook binnen de havo mogen scholen starten met het praktijkgerichte programma vanaf schooljaar 2026-2027. Scholen kunnen ervoor kiezen om één of meer praktijkgerichte programma’s aan te bieden binnen deze leerwegen. In dit stappenplan geven we aan op welke wijze passend bij de eigen context een Praktijkgericht Programma Persoonswording (PGPPW) vorm kan krijgen.
Dit stappenplan biedt scholen de mogelijkheid om het curriculum te herzien vanuit meer praktijkgericht onderwijs. BVS-schooladvies (BVS) begeleidt scholen in dit proces van inrichten, implementeren en borgen binnen de school.
De werkgroep is ondersteund door de vrijeschoolbesturen en bestond uit een aantal docenten en leidinggevenden die kartrekker waren van dit programma binnen hun school.
Dit stappenplan is voor leidinggevenden en projectleiders die bezig zijn met onderwijsvernieuwing binnen de school.
BVS-schooladvies ondersteunt bij het integreren van praktijkgerichte programma’s in het vrijeschoolonderwijs. We onderzoeken per school hoe het in te passen is en begeleiden de fases van implementatie en borging.
Gisteren was er een open ochtend bij ons op school. Voor het eerst geen ochtend vol peuters met grote ogen en ouders die dromen van de eerste schooldag. Maar een open ochtend met ouders van kinderen uit hogere klassen. Zij-instroom. Heel veel zij-instroom.
Verschillende scholen. Verschillende verhalen. En toch… hetzelfde geluid.
De druk is te hoog. Prestatiedruk. De resultaten voor rekenen en taal moeten omhoog, Het tempo van de dag, van de lessen, van de verwachtingen. Efficiënte leertijd. Geen ruimte om te verslappen. Geen ruimte om te vertragen. Geen ruimte om werkelijk kind te zijn.
En wat er dan overblijft; de creatieve vakken, het maken, het bewegen, het verbeelden, verdwijnt steeds verder naar de randen. Bijzaak geworden. Iets voor als er tijd over is.
Gisteravond zit ik aan tafel bij een presentatie van het samenwerkingsverband. Vorig schooljaar zaten 27 kinderen thuis, uitgevallen. Dit schooljaar (en het is pas januari) al bijna het dubbele.
Een paar maanden geleden stond ik, op uitnodiging van een ander bestuur, een lezing te geven over sturen op een goed pedagogisch klimaat. In beide bijeenkomsten hoor ik hetzelfde spanningsveld terug: We bewegen richting inclusiever onderwijs, en tegelijkertijd lijken de extremen groter te worden. Complexere hulpvragen. Moeilijk hanteerbaar gedrag. Agressie van ouders. Meer uitval.
En dan zegt iemand terloops: “Ach ja, wij hebben ook wel eens dreiging gehad van zwaar geweld, maar ach… misschien zijn we hier in deze regio niet zoveel gewend.”
Ik blijf erop hangen. Is dit berusting? Vermoeidheid? Beroepsdeformatie? Of is dit wat we inmiddels normaal zijn gaan vinden?
En waarom voelt het soms alsof ik de enige ben die zich hier niet bij neer wil leggen?
Zou er een verband zijn?
Wat vragen deze kinderen, onze kinderen, in deze tijd eigenlijk van ons?
We spreken vaak over een tijd van verandering. Maar misschien leven we eerder in een verandering van tijdperk zoal Jan Rotmans dit omschrijft. En misschien zijn dit de stuiptrekkingen van een systeem dat op zijn grenzen loopt?
De vraag is niet meer of het anders moet. De vraag is of we het inmiddels erg genoeg vinden om écht anders te durven gaan doen.
Misschien zit de kern ook wel in ons taalgebruik? We spreken over maatschappij; een woord dat al snel economisch wordt ingevuld: rendement, output, effectiviteit. Wat als we het weer durven hebben over samenleving?
Wat als we opnieuw vertrouwen dat niet alles wat waardevol is, direct meetbaar hoeft te zijn? Dat kinderen soms iets mogen leren om het later weer even te vergeten, in het vertrouwen dat het ergens onderweg zijn werk doet.
Misschien hoeven kinderen niet steeds beter te presteren op korte termijn. Misschien mogen ze zich weer ontwikkelen tot evenwichtige mensen. In verbinding met zichzelf. Met de ander. Met de wereld.
En misschien, heel misschien, is dat precies waar goed leiderschap van vandaag begint: misschien niet bij nóg een interventie, maar bij het blijven stellen van deze vragen.
Hardop En Samen.
Amanda van der Tuuk
*Naar de titel van mijn favoriete kinderboek.
Amanda van der Tuuk schreef aan de hand van onze opleiding schoolleider op een vrijeschool, deze column.
Wil je meer weten over de schoolleidersopleiding voor vrijeschoolonderwijs? Kom dan naar onze gratis voorlichtingsbijeenkomst. Hier vind je ook meer informatie en kun je je inschrijven voor de opleiding zelf.
Leerlingen produceren elke drie weken een periodeschrift. Een gemiddelde leerling in het VO schrijft er al snel een zestigtal tijdens zijn schooltijd. Er wordt veel tijd en aandacht aan besteed, door leerlingen èn docenten. Maar halen we er alles uit wat eruit te halen valt? Past de vorm nog bij deze tijd? Wij geloven dat de verwerking van de periodestof interessanter en doelmatiger kan. Kunnen we leerlingen beter stimuleren in hun wilsontwikkeling, door hen meer autonomie in de verwerking te geven?
Op maandag 2 februari verzorgden Holden Lievestro en Jeanneke Brosky en ook oudgediende Paul van Meurs een webinar om met docenten PO en VO dit vraagstuk verder te verkennen. De grote groep van rond de 80 deelnemers liet zien dat het onderwerp breed leeft. Dit stimuleert ons om verder te gaan met dit onderwerp. In dit artikel delen we alvast wat elementen uit het webinar. In onze werkgroepen op de conferentie Het wekken van de wil op 8 juni 2026 werken we deze verder uit.
Heeft Steiner een bedoelding gehad met het periodeschrift? Frappant genoeg vonden wij, noch ons netwerk, noch de deelnemers aan het webinar in zijn werk iets over het gebruik van een schrift. We veronderstellen dat het in die tijd simpelweg de gangbare manier was om stof te verwerken. Uiteraard heeft de tijd geleerd dat er allerlei positieve effecten van deze werkvorm op het leerproces zijn, toen maar ook tegenwoordig. Bijvoorbeeld het je de stof eigen maken door er zelf woorden aan te geven en het beter onthouden doordat je schrijft. Over de bedoeling van het periodeschrift werd tijdens het webinar dan ook het verwerken van de leerstof – al dan niet op kunstzinnige of eigen wijze – het meest genoemd.
Uit de korte groepsgesprekken bleek dat er op dit moment een grote variatie is in de kwaliteit van de periodeschriften, zowel in vorm als in inhoud. Sommige schriften bestaan uit overschrijfwerk (van het bord, de beamer of een medeleerling), andere schriften kennen veel meer eigenheid. Het lijkt vaak sterk van de docent afhankelijk wat er met het schrift gebeurt. Het geven van meer autonomie aan de leerlingen in het kiezen van een eigen verwerking, vraagt van de docent om los te kunnen laten, wat velen ervaren als een spannend proces is. Steun van collega’s en een gezamenlijke aanpak daarbij is ondersteunend en stimulerend.
Docenten zien veel mogelijkheden en kansen die het periodeschrift biedt. Van meer afwisseling en differentiatie tot het oefenen van executieve vaardigheden en het inzetten van digitale middelen. Een greep uit de genoemde alternatieve verwerkingsvormen: een boekendoos, lapbook, podcast, film, poster, harmonicaboekje, schema’s, tekeningen, woordspin, strip en een stappenplan. Als stip op de horizon zagen wij een leerlijn periodeschrift van klas 1 tot en met klas 12 passend bij de verschillende leeftijdsfases.
De tijd lijkt rijp om het periodeschrift kritisch onder de loep te nemen. Wij werden enthousiast om met dit thema verder te gaan. Jij ook? Je kunt je aanmelden voor de werkgroepen Waar blijft het periodeschrift op de conferentie (er komt een PO- en een VO-groep), maar we willen ook een landelijke werkgroep oprichten die een paar keer bij elkaar komt om ervaringen te delen en wellicht tot een publicatie te komen.
Wil je op school ook aan de slag met de rol van het periodeschrift in het periodeonderwijs? We verzorgen trainingen en begeleidingen op maat. Neem contact met Holden Lievestro of Jeanneke Brosky.
Vind je het een uitdaging om als schoolpsycholoog te werken, met hart voor het vak en met affiniteit voor vrijeschoolonderwijs? Word je enthousiast voor handelingsgericht werken en het formuleren van passende adviezen zodanig dat je een positieve bijdrage kunt leveren aan de ontwikkeling van het kind… de klas… het onderwijs? Wil je daarbij naar het hele kind kijken, vanuit een breed perspectief en samen met school en de ouders zoeken naar duurzame, passende oplossingen?
Dan willen wij graag kennis met je maken!
Wij hebben als missie om kennis te delen en mensen te verbinden. We zetten ons in voor kwalitatief hoogstaand hedendaags vrijeschoolonderwijs en werken met een klein gemotiveerd team van schoolpsychologen en onderwijsadviseurs om onze idealen te realiseren.
Op dit moment zoeken wij vakbekwame orthopedagogen/psychologen
die handelingsgerichte diagnostiek kunnen doen met kennis van de vrijeschoolpedagogiek
die landelijk willen werken, met waarschijnlijk meer werk in het westen en zuiden van het land.
De taken omvatten handelingsgerichte diagnostiek in de brede zin, waarbij we preventief en duurzaam willen werken door intensief met scholen en ouders samen te werken.
Wat vragen wij van jou?
Je beschikt over een afgeronde WO-opleiding (Ortho)Pedagogiek of Psychologie, met een diagnostiek aantekening. Een afgeronde opleiding tot Schoolpsycholoog of postacademische nascholing K&J / OG strekt tot de aanbeveling.
Je bent op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in het onderwijsveld.
Je bent analytisch en communicatief vaardig. Daarnaast beschik je over een oplossingsgerichte en zelfstandige werkhouding.
Je kunt doelgericht werken en bent initiatiefrijk, goed in plannen en organiseren.
Je hebt bij voorkeur ervaring/affiniteit binnen het vrijeschoolonderwijs.
Wat bieden wij jou?
Enthousiaste collega’s met hart voor het vak en het vrijeschoolonderwijs.
Een dienstverband per 1 mei 2026 voor twee dagen in de week (0,4 fte).
Mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen binnen ons bedrijf en specifiek binnen de psychologentak.
Binnen je aanstelling heb je veel vrijheid om je werk te plannen.
Secundaire arbeidsvoorwaarden: reiskosten- en telefoonvergoeding en resultaatdeling
met passie voor vrijeschool)onderwijs en ervaring met leidinggeven.
Vind je het een uitdaging om als onderwijsadviseur te werken, met hart voor het vak en ervaring met vrijeschoolonderwijs? Word je enthousiast van de achtergronden van de vrijeschool in combinatie met eigentijdse onderwijsontwikkelingen zodanig dat je een positieve bijdrage kunt leveren aan de ontwikkeling van het vrijeschoolonderwijs?
Dan willen wij graag kennis met je maken!
Wij hebben als missie om kennis te delen en mensen te verbinden. We zetten ons in voor ontwikkeling en verbetering van vrijeschoolonderwijs en werken met een klein gemotiveerd team van schoolpsychologen en onderwijsadviseurs om onze idealen te realiseren.
Op dit moment zoeken we een onderwijsadviseur met ervaring in het leidinggeven op vrijescholen met onderwijservaring.
Wat vragen wij van jou?
Je hebt ervaring als leidinggevende
Je hebt interesse in veranderprocessen in het licht van de vrijeschoolonderwijs
Je kunt schoolleiders (zowel in po als vo) op allerlei gebieden begeleiden
Je beschikt over een lesbevoegdheid in het PO en/of VO en bent een excellent docent
Je past de uitgangspunten van de vrijeschool toe in je lespraktijk
Je kunt docenten begeleiden op allerlei gebieden (lesontwerp, activerende didactiek, differentiatie en periodeonderwijs)
Je bent op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in het onderwijsveld
Je bent analytisch en communicatief vaardig.
Je kunt doelgericht werken en bent initiatiefrijk, goed in plannen en organiseren.
Je bent in staat om onderzoeksmatig te werken en onderzoeksprocessen te begeleiden in vrijescholen
Je bent ondernemend en in staat om nieuwe opdrachtgevers te vinden.
Wat bieden wij jou?
Enthousiaste collega’s met hart voor het vak en het vrijeschoolonderwijs.
De omvang van het dienstverband is 0,4 fte
De inschaling geschiedt conform de cao onderwijsadviesbureaus, in schaal junior (10), medior (11) of senior (12).
De gewenste startdatum is 1 augustus 2026 of zoveel eerder als mogelijk. De betrekking is tijdelijk met uitzicht op een vast dienstverband
Binnen je aanstelling heb je veel vrijheid om je werk te plannen
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze site zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van deze site, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.