‘Een plek voor iedereen! Toch?’ is het thema van de Week Tegen Pesten, 21 t/m 25 september is. Het woord ‘Toch?’ nodigt uit om niet meteen te denken dat het wel goed zit. Werken aan sociale veiligheid begint niet pas wanneer er gepest wordt.
Wat heeft onze klas nodig om een groep te zijn waarin iedereen tot zijn recht kan komen?
Een klas is meer dan een verzameling individuele kinderen. We voelen ons een ik, maar zijn allemaal onderdeel van een wij. We worden gestuurd en gevormd door de groep mensen waarin we leven, door de normen en verwachtingen die daar leven en door de plek die we daarin innemen.
Iedere groep kent mensen die gemakkelijk hun plek vinden en mensen die daar wat meer hulp bij nodig hebben. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ruimte te maken voor elkaar.
Een groep heeft het individu nodig. Ieder kind brengt iets mee wat waardevol kan zijn voor het geheel. Maar andersom heeft het individu ook de draagkracht en de sympathie van de groep nodig om tot ontwikkeling te komen.
Op veel scholen zijn de eerste weken van het schooljaar gestart met de Gouden Weken. Vanuit de kennis over groepsdynamiek weten we dat als er een nieuwe groep gevormd wordt, maar ook kinderen die elkaar al kennen na de vakantie opnieuw hun plek in de groep zoeken. Wie neemt initiatief? Wie volgt? Wie staat graag in het midden? Wie beweegt liever aan de rand?
In deze fase worden vaak kennismakings- en samenwerkingsspellen ingezet. Door elkaar beter te leren kennen, ontstaat meer begrip voor elkaar. Ook het leren geven van complimenten en het benoemen van wat goed gaat, draagt bij aan een positieve sfeer en versterkt het gevoel van verbondenheid.
Regels en afspraken in de klas en op school worden (opnieuw) besproken. Dit is geen eenmalige activiteit.
Kinderen leren sociaal gedrag door het te ervaren, te oefenen en er samen over te praten. Daarom zijn kringgesprekken, rollenspellen, samenwerkingsspellen en momenten van reflectie zo waardevol.
Vanaf klas 1 kun je al samen onderzoeken: Hoe willen wij met elkaar omgaan? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen mee kan doen? Op welk moment hebben we fijn gewerkt en gespeeld vandaag?
Als je kinderen bij klassengesprekjes eerst in tweetallen laat nadenken en uitwisselen, krijgt ieder kind de gelegenheid om zijn of haar gedachten te vormen en actief mee te doen aan het gesprek.
Vanaf klas 3/4 kun je klassengesprekjes voeren rondom het thema van ‘erbij horen’ aan de hand van vragen als:
Wanneer voel jij dat je erbij hoort?Wat doet een ander waardoor jij je welkom voelt?Wat kun jij doen voor iemand die er buiten staat?
Met spelvormen als In en Uit de Knoop ervaren kinderen dat iedereen erbij hoort als je samenwerkt, terwijl met een spel als In de kring breken ervaren kan worden hoe het is er buiten te staan, maar misschien biedt de kring je wel een opening aan.
1. Sociale vaardigheid en groepsvorming zijn een doorlopend proces waarin kinderen leren om samen een groep te vormen waarin iedereen ertoe doet.
Als er in een klas onvoldoende draagkracht is voor één of meerdere kinderen, is het belangrijk om verder te kijken. Welk patroon is er in deze groep ontstaan? Wat speelt er onder de oppervlakte? En wat heeft deze groep nodig om de sociale veiligheid en verbondenheid te versterken?
Observeren in les- en vrije situaties wat er gebeurt, maar ook in gesprek gaan met kinderen. Kinderen weten vaak heel goed wat er onder de oppervlakte in de groep speelt. Bovendien willen de meeste kinderen graag dat het goed gaat met elkaar. Soms hebben ze alleen nog niet de vaardigheden om uit een eenmaal ontstane groepsdynamiek te stappen.
Spellen kunnen een leerproces ondersteunen. Dat kan al kort tussendoor. Met korte spelletjes als commando pinkelen wordt er geoefend aan bij jezelf blijven. Of laat kinderen zonder te praten op een rij gaan staan van klein naar groot, jong naar oud enzovoort en je bent aan het samenwerken. Als leerkracht kun je heel veel zien. Wie pakt een leidersrol en hoe doet ze dat? Laat de kinderen nadenken, delen en verwoorden waardoor het hun bijvoorbeeld (niet) goed lukte. Wat is een tip of een top. Elk spel zou je kunnen spelen, de reflectiegesprekjes tussendoor en na geven sociaal-emotionele handvatten.
2. Conflicten en de sociale opvoeding
Twee kinderen hebben ruzie. We grijpen in, laten ze vertellen wat er is gebeurd, er volgen excuses en daarna gaan we weer verder.
Logisch. We willen rust.
Kunnen we een conflict ook als een ontwikkelkans zien?
Kinderen leren niet vanzelf omgaan met verschillen, grenzen, boosheid, teleurstelling en botsingen. Als we ieder conflict direct voor hen oplossen, nemen we hen ook de mogelijkheid af om iets nieuws te ontwikkelen.
Vanuit een antroposofische blik zijn deze kinderen in een klas niet zomaar bij elkaar. Ze hebben iets aan en met elkaar te leren.
Dat betekent niet dat we pesten of grensoverschrijdend gedrag moeten laten gebeuren. Integendeel. Een veilige groep vraagt om duidelijke grenzen én om volwassenen die kinderen helpen om sociale vaardigheden te ontwikkelen.
Hoe je als kind zelf geleerd hebt om met conflicten om te gaan, heeft invloed op hoe je er nu in staat. Je daar eerst bewust van worden, kan helpend zijn om de vraag te kunnen stellen: ‘Wat valt hier te leren?’
Wanneer kinderen leren om een conflict aan te gaan en samen tot een oplossing te komen, kan er daarna juist weer ruimte ontstaan. Je bent een stukje sociaal vaardiger geworden, door wakker te worden aan de ander.
Leer kinderen hoe ze voor zichzelf én voor een ander kunnen opkomen. Hoe ze ruzies samen kunnen oplossen. Oefen dat in rollenspellen, waarin je bijvoorbeeld een klein, dagelijks conflict als oefenmoment gebruikt, maar ook het uitspelen van verhalen, bijvoorbeeld fabels in klas 2. Spelenderwijs worden gedrag en emoties herkend en krijgen een naam. Hoe is het voor de schildpad dat hij zo traag is? Hij blijft er rustig onder en gaat gestaag z’n weg. Als de raaf niet zo ijdel was, had hij dan z’n kaas nog gehad? Waarom zou hij willen opscheppen over z’n stem? Hoe loop de vos op z’n doel af?
In hogere klassen kan het boek Stine, wat voel je? Een aanleiding zijn voor klassengesprekjes over emoties en jezelf en de ander beter te leren begrijpen.
Niet ieder conflict hoeft meteen een grote les te worden. Maar ieder conflict kan een leermoment zijn. Samen daarna een draak tekenen , hoe groot is je papier, welke kleur zetten we waar neer, hoe doen we dat samen en dat de tekening ook af komt. Of een in klas 2 vormtekenen, de tekening met elkaar spiegelen.
3. De leerkracht: de eerste stap begint bij jezelf
Kun jij jezelf zien als een belangrijke sleutel in de groepsvorming?
Wanneer er iets speelt in een klas, kijken we gemakkelijk naar de kinderen.
Wie pest? Wie wordt buitengesloten? Wie loopt mee? Wie verstoort de les?
Maar voordat we naar de kinderen kijken, is het waardevol om naar onszelf te kijken. Opvoeding is immers zelfopvoeding in de antroposofie.
Wat raakt mij in dit gedrag? Welke aannames heb ik over dit kind? Wat zie ik werkelijk en wat vul ik in? Waar ligt mijn grens? Wat doet mijn reactie met de groep?
Onze innerlijke houding werkt door.
Een kind zegt bijvoorbeeld: ‘Ik vind dat spannend.’
En wij reageren: ‘Ach, dat hoeft toch niet.’
Goed bedoeld. Maar hebben we dan werkelijk geluisterd?
Kindgesprekken, observeren en nieuwsgierig blijven helpen om beter te begrijpen wat er onder de oppervlakte speelt. Ook het gesprek met collega’s helpt om ons beeld te verbreden: Wat zie jij? Wat valt jou op? En wat zie ik misschien nog niet?
Je hoeft als leerkracht niet alles op te lossen. Je bent de procesbegeleider die kinderen de ruimte geeft om te leren, fouten te maken en het weer opnieuw te proberen. Blik op het einde van de (les)dag even terug.
Wat was vandaag een gouden moment?
Wanneer ontstond er verbinding?
Waar zag ik groei?
Welke overtuiging of aanname van mij speelde misschien mee?
In kleine momenten kunnen wezenlijke leer- en ontmoetingsmomenten zitten, door deze bewust te worden, kan je blik en handelen de volgende dag net even anders en treffend zijn.
4. Ouders en school zijn partners in de sociale opvoeding van kinderen.
Kinderen bewegen iedere dag tussen twee belangrijke werelden: thuis en school. Juist daarom is het waardevol als ouders weten hoe school kijkt naar samenwerken, sociale veiligheid en weerbaar worden, en hoe hier in de klas aan wordt gewerkt. Zo kunnen ouders hier thuis op aansluiten en hun kind ook daar ondersteunen.
Een ouderavond is een plek om deze visie te delen en ouders mee te nemen in wat kinderen op school leren en oefenen.
Binnen een Regenboogtraining zijn er ook lessen waarbij ouders aansluiten. Dat levert meer op dan alleen het leren van een sociale vaardigheid. Het zorgt voor ontmoeting en verbinding tussen kinderen en ouders.
Neem bijvoorbeeld een werkvorm met een binnen- en buitenkring, vanaf klas 3. Kinderen en ouders vertellen elkaar over vroeger:
Wat speelde jij vroeger graag?
Maakte je weleens ruzie?
En hoe loste je dat dan weer op?
Voor kinderen kan het verrassend en geruststellend zijn om te ontdekken: ‘Onze ouders waren als kind ook onzeker of maakten ook ruzie. En die moest dat ook leren oplossen.’ Het maakt sociale situaties herkenbaar en menselijk.
Tegelijkertijd oefenen kinderen spelenderwijs met belangrijke vaardigheden: iemand begroeten, een gesprek voeren, luisteren, vragen stellen en bedanken.
Waardevol is dat ouders ook een andere kant van hun kind zien. Ze zien hoe hun kind contact maakt, luistert, vertelt en samenwerkt met anderen. En in bijvoorbeeld zo’n binnen-buitenkring ontmoeten ze klasgenoten van hun kinderen.
Informatie voor ouders:
Tijdens de ouderavond voorafgaand aan de Regenboogtraining vragen ouders regelmatig of er ook iets op papier beschikbaar is. Bij deze! Hieronder vindt u de belangrijkste informatie over de Regenboogtraining en de manier waarop we hiermee in de klas werken.
De Regenboogtraining is een sociaal-emotionele vaardigheidstraining, speciaal ontwikkeld voor het vrijeschoolonderwijs. In tien lessen oefenen kinderen op een speelse en kunstzinnige manier met sociale vaardigheden. Er wordt gewerkt met verhalen, spellen en kunstzinnige werkvormen. Kinderen leren bijvoorbeeld samenwerken, omgaan met verschillen, voor zichzelf opkomen, rekening houden met een ander en omgaan met conflicten.
Op de vrijeschool is er van nature veel aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. In de Regenboogtraining maken we dit nog wat explicieter. We bespreken vooraf wat we gaan oefenen en kijken tijdens en na een activiteit samen terug: Wat gebeurde er? Wat zag je bij jezelf en bij een ander? En wat zou je de volgende keer anders kunnen doen?
Een belangrijk uitgangspunt is dat gedrag niet is wie je bent. Gedrag kun je zien als een jas die je aan- en uit kunt trekken. Soms zit die jas zo stevig dat veranderen moeilijk is, maar we willen kinderen leren dat ze invloed hebben op hun eigen gedrag en dat er altijd een keuze mogelijk is.
We werken daarbij met vier kleuren: blauw, rood, geel en prisma. Blauw staat voor gedrag waarbij je graag de baas bent of veel bepaalt. Rood voor gedrag waarbij je veel grapjes maakt en graag de aandacht krijgt. Geel voor teruggetrokken of onzeker gedrag. Het prisma staat voor de balans tussen deze verschillende kanten. Je zorgt goed voor jezelf én voor de ander.
Bij de Regenboogtraining is plezier belangrijk: de spelende mens is ook de lerende mens. Wwanneer kinderen met plezier spelen, beleven en samen oefenen, ontstaat ruimte om nieuwe vaardigheden te ontdekken en te leren.
Waarom ouders erbij betrekken?
Ouders en school zijn samen partners in de sociale opvoeding van een kind. Daarom vinden we het belangrijk dat ouders weten wat er in de klas gebeurt en welke taal en uitgangspunten we daarbij gebruiken. Voorafgaand aan de training is er een ouderavond waarin we de Regenboogtraining en onze kijk op gedrag en conflicten toelichten. Bij enkele lessen kunnen ouders aansluiten. Zo kunnen zij zien hoe de kinderen met elkaar oefenen, hoe de leerkracht begeleidt en hoe zij hier thuis op kunnen aansluiten.
En natuurlijk is het voor kinderen ook gewoon erg leuk als hun ouders een keer meedoen!
Voor meer informatie over Regenboog en wat BVS biedt:
-Het kinderspel
-Het lerarenspel
-De Train de Trainer Regenboogtrainer bij BVS of op locatie
-Regenboogtraininginterventie door trainers van BVS
Zie website: Regenboog lessenserie in de klas – stichting BVS
